U en ik zetten ons als bestuurslid in voor een vereniging of stichting omdat we dat belangrijk vinden, omdat we er plezier aan beleven of omdat weinig andere mensen ertoe bereid waren. We besteden een deel van onze (vaak vrije) tijd aan het in goede banen leiden van een organisatie bevolkt door een bonte verzameling mensen zodat de doelstellingen van de organisatie optimaal tot hun recht komen. Recent stond ik op een verjaardagsfeestje van een vriendin en raakte verwikkeld in een gesprek met een paar andere gasten. Ik had ze wel eens eerder gesproken op verjaardagen, maar verder dan “leuk, jij ook hier”- “ja, alweer een jaar voorbij gevlogen” en “alles goed?” – “prima, met jou ook?” waren we nooit gekomen.
Het gesprek kwam op het onderwerp tijdbesteding. Veel tijd gaat op aan mijn werk en ik noemde mijn bestuursfuncties. Eén van de heren in het gezelschap reageerde verrast. ´Ik spreek nooit iemand die in een bestuur zit, vroeg me altijd al af wat voor mensen dat nou zijn´. Hij en de andere vier gasten namen me op, alsof ze collectief opsloegen ´zo ziet een bestuurslid er in het wild dus uit´.
Wat voor mensen dat zijn? Wat een aparte vraag. Ik lachte wat ongemakkelijk.
Zijn vriendin viel hem bij, “ja, ik dacht altijd dat dat saaie mensen waren die weinig anders te doen hebben dan vergaderen met elkaar”.
Saaie mensen?! Ik wist een scherpe opmerking over haar eigen voorkomen op tijd in te slikken. In plaats daarvan stelde ik een redelijk neutrale vraag en ontstond er een voor mij ontluisterend gesprek. Ik bleek de enige in het gezelschap met een bestuursfunctie. Ook de anderen herkenden het beeld dat deelname aan een bestuur vooral was voorbehouden aan een bepaald type mens, en dat besturen een taaie en saaie klus zou zijn. Het beeld van veel papierwerk en avonden tot laat vergaderen kon ik niet geheel ontkrachten, maar wel dat het veel meer dan dat is. Dat je met een aantal mensen iets neerzet waar naast jezelf veel meer mensen van profiteren en dat dat een goed gevoel geeft. Ik nam de proef op de som en vroeg of ze wel ergens lid van waren. Zonen zaten op hockey, voetbal en pianoles. Dochters deden aan jazzballet, paardrijden en zaten bij een toneelvereniging. Eén van de dames speelde in een veteranen volleybalteam. Ze bleken daarnaast allemaal jaarlijkse donaties te doen aan één enkele goede doelen. Nu was het tijd voor een scherpe opmerking: “Hoe denken jullie dat dat allemaal mogelijk is?”
Als bestuurslid van een vereniging of stichting zorgen we voor de randvoorwaarden dat mensen met plezier hun sport of hobby kunnen uitoefenen, er geld uitgegeven wordt aan zinvolle activiteiten. Dat betekent soms lange vergaderingen en veel inlezen, maar ook een sterk idee hebben over het realiseren van de doelstellingen en goede afwegingen maken bij keuzes. Naar mijn idee zijn bestuursleden vaak mensen die sterk in hun schoenen staan en verre van saai zijn. Jammer dat dat niet altijd bekend is. Ik roep u daarom op vaker op een feestje of tijdens de borrel te vertellen over uw bestuurswerk. Opdat mensen een reëler beeld krijgen van de mensen die wij zijn en het werk dat we doen.