Na een zware ochtendfile het kantoor van je baas binnenlopen en openen met: “Goedemorgen. Ik kom mijn baan opzeggen. Ik ben klaar met voor een baas werken. Ik ga voor mezelf beginnen”. We fantaseren er allemaal wel eens over wanneer we weer eens vast staan in het verkeer, uitgeput na een krap gehaalde deadline niet in slaap kunnen vallen of een opdracht toegewezen krijgen waarvan nut en noodzaak onduidelijk is. In mijn dagdroom laat ik mijn baas perplex achter terwijl ik triomfantelijk de kamer verlaat. Een sensatie vergelijkbaar met het gevoel van het kunnen vliegen in een droom.
Al een paar jaar denk ik erover om voor mezelf te beginnen. Eerst waren dat gedachten die samenhangen met ideeën over ‘later als ik groot ben’. Een jaar geleden kwamen daar vragen bij als: ‘heb ik voldoende kennis en ervaring zonder de back-up van een werkgever?’, ‘ben ik in staat zelfstandig opdrachten te verwerven?’, ‘is datgene wat ik wil doen voldoende onderscheidend?’. En vervolgens de echte vraag: ‘durf ik het wel?’
Drie maanden geleden kwam het antwoord. Of beter, het gevoel van onomkeerbaarheid. Als ik het niet probeer, blijft het verlangen om te weten hoe het is om als zelfstandige te werken terugkeren. Op veel vragen heb ik nog geen compleet antwoord. Mijn elevatorpitch duurt nog meer dan tien minuten en de vraag of mijn grote sociale netwerk ook zakelijke kansen biedt moet nog blijken.
Met het besluit te starten als zelfstandig ondernemer dient het moment om mijn baan op te zeggen zich ook aan. Een gesprek dat verrassend genoeg veel minder aanlokkelijk lijkt dan het al die jaren was. Afscheid nemen vind ik sowieso ongemakkelijk. Dit keer neem ik niet alleen afscheid van het bedrijf en fijne collega´s, maar ook van mijn identiteit als succesvolle vrouw met een loopbaan. Met de nadruk op ‘baan’ in de term loopbaan. In plaats van ´spontaan´ binnenlopen bij de baas, laat ik de secretaresse een afspraak inplannen op de laatste werkdag van de maand. Maximaal tijdrekken voor eventuele bedenkingen, wat er natuurlijk niet in zit, en de boodschap impliciet aankondigen want een beetje manager weet wat een afspraak op de laatste werkdag van de maand betekent.
Met plakkende handpalmen en een droge mond ga ik tegenover mijn baas zitten. Gelukkig biedt kennis over ‘slecht nieuws gesprek’ houvast: de boodschap direct brengen. Het gesprek verloopt verder volgens verwachting: ‘Jammer dat je ons gaat verlaten’, ´begrijp het wel´ en ´succes´. Na 20 minuten verlaat ik de bespreekkamer. Niet zwevend, maar wel vol trots. Ik wil het uitschreeuwen: Ik durf! Ik ga voor mezelf beginnen! Antwoorden op vragen zijn er ineens: `Ja, ik kan het. Ik ben goed genoeg. Die klanten ga ik met gemak binnenhalen´. Nu alleen dit gevoel vasthouden…